Wie was Gombrich (1909-2001)

Hij wordt wel gezien als dé kunsthistoricus van de 20e eeuw en heeft dan ook bijna een eeuw geleefd. In die tijd heeft Gombrich zich heel intensief bezig gehouden met de geschiedenis der kunsten, zowel voor het grote publiek als binnen de wetenschappelijk wereld.

Ernst Hans Josef Gombrich werd geboren op 30 maart 1909 in Wenen, het Fin-de-siècle Wenen van Klimt, Mahler, Freud en van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Toen in 1914 de eerste wereldoorlog uitbrak, was Gombrich 5 jaar oud. In 'A lifelong interest, conversations on Art and Science' (1991) vertelt hij over zijn jeugd en zijn Joodse achtergrond. Het Wenen van zijn vroegste jeugd verandert na de Eerste Wereldoorlog drastisch, de Secessions-tijden zijn dan voorgoed verleden tijd.... 
Reeds 
op jonge leeftijd heeft Gombrich veel belangstelling voor architectuur en kunstgeschiedenis. Op 14-jarige leeftijd maakt hij een verslag van "de verandering ten aanzien van de kunsten vanaf Winckelmann tot aan vandaag", iets wat hem zijn hele leven zal blijven interesseren. Het is dan ook geen verrassing dat hij na zijn gymnasium aangeeft kunstgeschiedenis te willen studeren aan de Universiteit van Wenen. Zijn vader is hier aanvankelijk geen voorstander van omdat kunsthistorici geen droog brood kunnen verdienen. Maar zoals Gombrich aangeeft, “het maakte destijds in Wenen niet uit wat je ging studeren omdat alles even hopeloos was”.

Na zijn afstuderen had hij inderdaad niet direct werk, maar er deed zich een unieke kans voor. Een bevriende uitgever vroeg hem een Duitse vertaling te maken van een Engels geschiedenisboek voor kinderen. Echter, Gombrich vond het zo’n slecht boek dat hij aangaf zelf een kinderboek te schrijven. Hij kreeg slechts 6 weken de tijd voor dit project en het lukte hem! In 1936 verscheen 'Eine kurze Weltgeschichte für junge Leser' (in 2006 in het Nederlands vertaald). Het werd een groot succes in de Duitstalige landen, maar werd later tijdens de oorlogsjaren verboden omdat het te pacifistisch zou zijn. Gombrichs doel was om op een toegankelijke manier het verhaal van de mensheid te vertellen vanaf de vroege steentijd tot de atoombom.  Of zoals hij zelf zegt “het moet toch mogelijk zijn om alles zodanig uit te leggen dat het begrepen kan worden door een kind”

In 1936 werd Gombrich onderzoeksassistent aan het Warburg Instituut in Londen (een enorme bibliotheek en nu onderdeel van de Universiteit van Londen). Dit Joodse instituut was al in 1933 van Hamburg naar Londen uitgeweken onder toenemende dreiging van de nazi’s. Gombrich was aanvankelijk bij die bibliotheek in dienst gekomen om de talloze, haast onleesbaar gekrabbelde aantekeningen van Aby Warburg (die in 1929 overleden was) te ontcijferen en te ordenen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was Gombrich in Londen samen met zijn vrouw en zoon. Tijdens de oorlogsjaren werd hij door de BBC ingezet om de Duitse radioberichten af te luisteren en te vertalen voor de Engelsen. Gombrich is er altijd trots op geweest dat hij degene was die aan het eind van de oorlog als eerste het overlijden van Hitler wereldkundig kon maken! 

Na de oorlog keerde Gombrich terug naar het Warburg Instituut en in 1959 werd hij zelfs tot directeur benoemd. Tot 1976 heeft hij deze functie bekleed daarna is hij met pensioen gegaan. Naast zijn werkzaamheden binnen het Warburg Instituut heeft hij gedoceerd aan verschillende instellingen, waaronder de Universiteit van Londen, en heeft daarnaast ontzettend veel publicaties geschreven.
Tijdens zijn leven heeft hij vele onderscheidingen gekregen en is in 1972 in de ridderstand opgenomen.

Zijn beroemdste boek is ongetwijfeld 'The Story of Art' (in het Nederlands vertaald als 'Eeuwige Schoonheid'). Dezelfde uitgever die in 1936 'Eine kurze Weltgeschichte für junge Leser' had uitgegeven, had Gombrich kort daarna al verzocht om eenzelfde soort kinderboek te schrijven maar dan over de kunstgeschiedenis. Dit keer duurde het geen 6 weken want de oorlog kwam ertussen. De uitgeverij (Phaidon) was inmiddels ook naar Engeland uitgeweken en het was als vanzelfsprekend dat het boek in het Engels geschreven werd. Gombrich vertelde later “I arranged to have a typist come three times a week in the morning and I dictated the whole text using illustrations found in books I owned. With the help of these illustrations, I simply told the story from memory – looking at the whole subject, as it were, from a distance”.

In 1950 verscheen 'The Story of Art' en het werd een ongekend succes. Het boek is inmiddels in dertig talen vertaald, er zijn miljoenen exemplaren van verkocht en het wordt beschouwd als één van de beste en meest toegankelijk geschiedenissen van de beeldende kunst. Gombrich zelf had de plotselinge roem die dit boek hem bracht, nooit kunnen voorzien. Het was immers een boek voor kinderen, een vervolg op een wereldgeschiedenis voor kinderen die hij in 1936 geschreven had. Maar het is de kracht en het talent van Gombrich geweest om moeilijke dingen heel eenvoudig, maar zeker niet simpel, en bovenal met liefde voor de materie te beschrijven. Niet voor niets wordt zijn 'The Story of Art' nog steeds gebruikt op universiteiten, hogescholen en bij Haanappel Art International/ Bureau voor Cultuureducatie. Hoe vaker je het boek leest, hoe meer je je verbaast over de kwaliteit en volledigheid. Het is absoluut geen objectief boek maar dat hoeft ook niet, het is een boek met een visie (waar je het overigens niet mee eens hoeft te zijn) en een geweldige inleiding in de kunstgeschiedenis. 

Zijn werk als “afluisteraar” tijdens de Tweede Wereldoorlog had hem o.a. aan het nadenken gezet over de perceptie van taal, hetgeen hij later zou vertalen naar de perceptie van waarneming, en in 1960 zou leiden tot zijn boek 'Art & Illusion, a study in the Psychology of Pictorial Representation' (in het Nederlands vertaald als 'Kunst & Illusie, de psychologie van het beeldend weergeven').

Zijn pensioen in 1976 leidde niet tot “stilzitten”. Tot vlak voor zijn dood in 2001 heeft hij zich beziggehouden met kunsthistorische onderwerpen in woord en geschrift. Zijn laatste boek 'The Preference for the Primitive. Episodes in the History of Western taste and Art' is in 2002 postuum verschenen (niet in het Nederlands vertaald). Dit boek zou je het levenswerk van Gombrich kunnen noemen. Het behandelt onderwerpen die hem zijn leven lang geboeid hebben. De rode draad in het boek is het idee dat kunst en opvattingen over kunst onderhevig zijn aan de smaak van de tijd waarin men leeft. Lange tijd hebben we, in de ban van de klassieke oudheid als bron van onze westerse beschaving, neerbuigend gekeken naar oudere “primitieve” kunst en alles wat niet classicistisch was. Gombrich maakt duidelijk dat deze visie niet terecht is en geeft aan dat vooral in de 20e eeuw (waar hij ooggetuige van was) juist de “primitieve” kunst voor een revolutionaire verandering heeft gezorgd in de Westerse opvatting over kunst.

Voor veel kunsthistorici geldt Gombrich nog steeds als een gezaghebbende auteur, anderen vinden hem soms te conservatief in zijn opvattingen.
Mijn eerste kennismaking met het werk van Gombrich was in 1989 tijdens het eerste jaar van mijn studie Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht. Binnen deze studie kon je kiezen uit verschillende vakken en ik had gekozen voor een inleiding in de kunstgeschiedenis. Deze inleiding werd gegeven aan de hand van 'The Story of Art' . Het was voor mij de doorslag om naast Algemene Letteren ook Kunstgeschiedenis te gaan studeren. En daar heb ik nog geen moment spijt van gehad! Die eerste kennismaking met de kunstgeschiedenis en met Gombrich's verhaal van de kunst was een ware belevenis, ik heb er enorm van genoten en het boek nooit meer terzijde gelegd. Na mijn afstuderen ben ik gaan lesgeven en heb me weer tot dit boek gewend om ook mijn cursisten kennis te laten maken met de kunstgeschiedenis. Elk jaar weer is het een groot succes! Het enige wat ik mis, is meer aandacht voor de vrouwelijke kunstenaars. Daarom heb ik besloten over dit onderwerp een boek te schrijven “Herstory of Art, een vrouwelijke kunstgeschiedenis”. Voor meer informatie zie: www.vrouwelijkekunstgeschiedenis.nl 

Karin Haanappel

Deze beknopte biografie van Gombrich heb ik grotendeels gebaseerd op E.H. Gombrich en D. Eribon, A Lifelong Interest Conversations on Art and Science (1993) 

Een selectie van Gombrich’s boeken:
1.  Weltgeschichte von der Urzeit bis zur Gegenwart (1935 - later uitgegeven als: Eine kurze Weltgeschichte für junge Leser)
2.  T
he Story of Art (1950)
3.  Art and Illusion, a study in the psychology of pictorial representation (1960)
4.  Meditations On a Hobby Horse and Other Essays On the Theory of Art (1963)
5.  Studies in the Art of the Renaissance (1966 - ook uitgegeven als: Gombrich on the Renaissance)
    - Norm and Form
    - Symbolic Images
    - The heritage of Appelles
    - New Light on Old Masters
6.  Aby Warburg, an Intellectual Biography (1970)
7.  T
he sense of order, a study in the psychology of decorative art (1979)
8.  Ideals and Idols: Essays on Values in History and Art (1979)
9.  T
he Image and the Eye: Further Studies in the Psychology of Pictorial Representation (1982)
10. Tributes: Interpreters of our Cultural Tradition (1984)
11.  Reflections on The History of Art, views and reviews (1987)
12. Topics of Our Time: Comments on 20th Century Issues in Learning and Art (1991)
13. The Uses of Images: Studies in the Social Function of Art and Visual Imagery (1994)
14. T
he Essential Gombrich (1996)
15. On Pride and Prejudice in the Arts (1997)
16. The Preference for the Primitive: Episodes in the History of Western Taste and Art (2002) 

Nederlandse Vertalingen
- Eeuwige schoonheid, Inleiding tot de kunst, 1951 (Story of Art)
- Kunst en illusie, De kunst van het beeldend weergeven, 1960 (Art and Illusion, a study in the psychology of pictorial representation)
- Een kleine geschiedenis van de Wereld, 2006 (Eine kurze Weltgeschichte für junge Leser)